Loo van Eck | de grootste opleider in schrijven

Paula Fikkert is hoogleraar eerste taalverwerving en fonologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en onderzoeksdirecteur van het Centre for Language Studies. In dit artikel vertelt ze meer over het leren van onze moedertaal.

 

Ons brein is goed in het herkennen van patronen. En we zijn sociale wezens. Beide zijn belangrijk om taal te leren. Maar hoe gaat dat leren precies? Kunt u het stimuleren? En zo ja, hoe? We vroegen het aan Paula Fikkert, hoogleraar eerste taalverwerving en fonologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen en onderzoeksdirecteur van het Centre for Language Studies.

Intonatie en ritme 

"Baby's luisteren al naar taal voordat ze zijn geboren", legt Paula Fikkert uit. "Dat klinkt in de buik nog alsof er iemand onder water praat. Daarom horen ze klanken niet goed, maar de intonatie en het ritme wel. Pasgeboren baby's hebben daardoor een duidelijke voorkeur voor de intonatiepatronen van hun moedertaal. Na de geboorte gaat de taalontwikkeling in een snel tempo door. Denkt u dat baby's in de wieg niets liggen te doen? Dan heeft u het mis. Ze leren enorm veel over de taal die om hen heen wordt gesproken. Over welke klanken en woorden veel voorkomen. En welke combinaties van klanken of woorden mogelijk zijn."

Vanaf de eerste woordjes

"Hun eerste woordjes spreken kinderen gemiddeld rond hun eerste verjaardag. Voor die tijd maken ze geluidjes die vanaf een maand of acht langzaam op taal gaan lijken. Dat noemen we brabbelen. Het verschil tussen kinderen is echter groot. Het ene kind spreekt al korte zinnen rond zijn eerste jaar, het andere loopt na anderhalf jaar nog altijd zo goed als zwijgend rond. Hoe dat komt? We weten het niet. Misschien is het te vergelijken met volwassenen die een vreemde taal leren. De ene persoon improviseert er na een halve cursus vrolijk op los, een ander durft alleen te spreken als hij zeker weet dat zijn woordkeus, grammatica en uitspraak zo goed als perfect zijn. Overigens begrijpen kinderen die minder praten de taal over het algemeen net zo goed als leeftijdsgenoten die meer zeggen."

Grotere woordenschat 

"Na hun eerste verjaardag wordt de woordenschat van kinderen snel veel groter. Concrete woorden leren ze het eerst. Denk aan lepel, stoel of jas. Allemaal woorden voor zaken die je kunt aanraken. Ze zijn veel gemakkelijker dan abstracte woorden als oorlog of verlegenheid. De betekenis daarvan moet je uit de context leren. Vanaf een jaar of zes passen kinderen de meeste basisregels van hun moedertaal goed toe. Overigens zonder dat ze je kunnen zeggen wat die regels zijn. Dat is het fascinerende aan het leren van een moedertaal. We leren patronen herkennen en gebruiken, zonder dat we ze expliciet hoeven te leren."

Taal is communicatie

"Taal is veel meer dan alleen woorden, klanken en grammatica", benadrukt Fikkert. "Taal is vooral communicatie. En ook communiceren moet je leren. Dat begint al voordat kinderen kunnen praten. Iedereen weet dat baby’s heel goed kunnen aangeven dat ze honger hebben. Of dat ze iets willen hebben. Daarvoor is kennis nodig over de manier waarop taal wordt gebruikt.”

Zonder noodzaak lastig leren

"Het gebrek aan een echte noodzaak om te communiceren, is één van de redenen waarom het leren van een tweede taal op school zo lastig is. Je wordt als leerling min of meer gedwongen een taal te spreken. Maar je bent niet echt aan het communiceren. Daarvoor is het allemaal te kunstmatig. Vaak zien we dat mensen die een tijdje in het buitenland wonen, de taal veel beter en sneller leren. Dat komt niet alleen omdat die buitenlandse taal dan overal aanwezig is. Het komt vooral omdat ze wel moeten als ze de mensen om zich heen willen begrijpen. Aan die sociale motivatie kan geen lesmethode tippen. Al is een intensieve cursus wel een goede basis om te beginnen met communiceren in een vreemde taal. Anders mis je misschien alle aansluiting."

Aanbieden is stimuleren

Heb je als ouder invloed op de taalontwikkeling van je kinderen? "Jazeker", vertelt Fikkert. "Het beste wat je kunt doen is veel met je kind communiceren. Hoe meer, hoe beter. En bij voorkeur zonder achtergrondlawaai. Want staat de televisie de hele tijd aan? Dan ontwikkelen kinderen een lagere woorden- schat. In hun eerste jaren leren kinderen sowieso weinig van televisie en radio. Ze hebben contact met andere mensen nodig. Daardoor leren ze bijvoorbeeld weer wel als iemand met ze meekijkt naar de televisie."

Luisteren en lezen = voorspellen

"Met kinderen communiceren is vooral belangrijk omdat ze daardoor beter leren voorspellen wat er komen gaat. Want dat is wat we de hele tijd doen als we luisteren en lezen. En hoe beter je kunt voorspellen welke klanken of woorden er volgen, hoe meer aandacht je aan de inhoud van de boodschap kunt besteden. We hoeven ook niet ieder woord te horen om een zin te begrijpen. Daarom vallen kleine versprekingen niet op. Zegt iemand opeens een woord dat enorm van de context afwijkt? Dan valt dat wel op. Daarom is dat een goede strategie als u aandacht wilt."

Lezen en taalontwikkeling

"In tegenstelling tot luisteren en spreken, leren we lezen en schrijven voor een groot deel op school. Het zijn dan ook geen natuurlijke systemen, maar afspraken en regels die we zelf hebben gemaakt.Toch heeft lezen en voorlezen wel een belangrijke functie in de taalontwikkeling. Door vaak dezelfde verhalen en verhaalstructuren te horen, leren kinderen voorspellen wat er komen gaat. Bovendien leren ze woorden en constructies die niet zo vaak voorkomen in gesproken taal. En ze ontwikkelen een positief gevoel bij lezen. Dat vergroot de kans dat ze later zelf graag lezen."

Herkenbare woorden

"Dat luisteraars en lezers vooral voorspellen, is belangrijk om te weten als spreker en schrijver. Wilt u dat mensen uw boodschap gemakkelijk begrijpen? Dan moet u woorden gebruiken die ze kennen. In zinnen die ze zelf ook maken. Bij kinderen doen we dat automatisch. Ouders gaan vaak net iets boven het niveau van hun kinderen zitten. Zodat de kinderen ze begrijpen, maar ook nog iets leren. Maar als we tegen volwassenen spreken, is ontwikkeling meestal geen doel. We willen vooral een boodschap overbrengen. Doet u dat op een manier die uw doelgroep boeit? Met woorden en zinnen die ze gemakkelijk kunnen volgen? Dan heeft u de meeste kans dat de doelgroep uw boodschap ook echt oppikt."




Top