Loo van Eck | de grootste opleider in schrijven

“Rikke-tikke-tik, mijn computer en ik. Ik kijk naar het scherm met een kennersblik. Ik weet wat ik doe, dat zie je in een ogenblik.”

 

Mijn kinderen zijn dól op Sinterklaas. Al in de vroege lente tellen ze af naar 5 december. Als de blaadjes vallen en het weer guur wordt, leef ik met ze mee. Regelmatig luisteren we dan samen naar de cd Sinterklaas en de verdwenen computerpiet. Een musical over hoe Sinterklaas zijn grote boek digitaliseert en dat vervolgens helemaal in de soep loopt. Het citaat bovenaan deze blog komt van computerpiet. Ik vind het iedere keer weer een treffende beschrijving van mijn eigen werk: tekstschrijver.

Wat doet een tekstschrijver?

Als iemand aan mij vraagt wat een tekstschrijver doet, antwoord ik steevast: “Het woord zegt het al, ik schrijf teksten.” Daarmee is de vraagsteller natuurlijk nog geen steek verder, maar ik kan het niet laten. Pas als ik die zin uit mijn systeem heb, kan ik beginnen aan het échte antwoord. Natuurlijk bestaat een groot deel van mijn tijd uit teksten schrijven. En dat doe ik achter een computer. Maar voor en na het schrijven gebeurt nog zoveel meer. Ik vertel je er graag alles over. Tuimel met mij mee het konijnenhol in en beleef de avonturen van de wondere wereld van een tekstschrijver uit zomaar een willekeurige werkweek.

Een tekstschrijver stelt concrete richtlijnen op.

Het is half vier. Ik klap mijn laptop dicht. Vandaag krijg ik toch geen zinnig woord meer op papier. De puf is eruit. Net een discussie gehad over het woord ‘geslachtsnaam’. Dat is de juridische term voor ‘achternaam’. Ik wilde het woord ‘geslachtsnaam’ niet meer gebruiken in de teksten die ik herschreef. Maar de klant was het daar niet helemaal mee eens. Hoe was ik in deze discussie terechtgekomen?

 

De klant is een grote overheidsorganisatie. Ze was bij Loo van Eck gekomen met de vraag of wij de standaardbrieven wilden herschrijven. Taalniveau B1, dat was het uitgangspunt. Taalniveau B1 is een veelgehoorde term bij Loo van Eck. Het staat bekend als de standaard voor heldere, lezersgerichte teksten. Maar wat taalniveau B1 concreet inhoudt? Dat is voor de meeste klanten nog onduidelijk. Zo ook bij deze klant. Daarom ben ik van tevoren met een collega naar ze toegegaan. Samen hebben we duidelijke, concrete richtlijnen opgesteld. Zoals: we gebruiken zo eenvoudig mogelijke woorden, die aansluiten bij de taal van de klant. Dus niet ‘geslachtsnaam’, maar ‘achternaam’. Dat zou dus geen discussie moeten opleveren.

Een tekstschrijver houdt van werken met juristen.

Toch raakte ik erin verzeild. In die discussie. De manager met wie we de richtlijnen hadden afgestemd, was namelijk niet dezelfde persoon die de herschreven brieven controleert. Dat is heel gebruikelijk. Bij grote herschrijftrajecten zoals deze vragen we de klant altijd om een reviewgroep te maken. Dat is een groepje van twee of drie experts op het onderwerp van de brieven. In dit geval waren het drie experts. Iemand van de afdeling die de brieven verstuurt. Iemand van het klantcontactcentrum, die weet hoe de lezers reageren op de brieven. En een jurist. Je raadt vast al met wie de discussie ontstond.

Anders schrijven begint met anders denken.

Begrijp me niet verkeerd. Ik houd van werken met juristen. Vaak hebben ze een groot taalgevoel en zijn ze erg nauwkeurig. Twee eigenschappen die een tekstschrijver ook moet hebben. Daar vinden we elkaar. Wel merk ik dat juristen moeite hebben om te denken én te schrijven vanuit de lezer. Dus om niet (alleen) te vragen: wat wil ik schrijven? Maar ook: wat wil de lezer lezen? En dát is nou net de truc bij het schrijven van een heldere tekst.

 

Van schrijversgericht denken, naar lezersgericht denken.

Een tekstschrijver gaat in de schoenen van de lezer staan.

Teksten schrijven is een vaardigheid die je kunt leren. Al mijn trainer-collega’s zijn dag in, dag uit bezig deze vaardigheid anderen bij te brengen. In zo’n training krijg je allerlei handige, praktische tips om je teksten te verbeteren. Bijvoorbeeld over woordkeus, zinslengte of tekstopbouw. Maar het allerbelangrijkste is het maken van een denkomslag. Van schrijversgericht denken, naar lezersgericht denken.

Veruit de meeste mensen schrijven hun hoofd leeg. Dit zie je aan hun teksten.

Vaak hebben zulke teksten weinig structuur en staat de belangrijkste boodschap voor de lezer onderaan. Ook gebruiken ze vaak afkortingen en jargon die voor henzelf dagelijkse kost zijn. Dit maakt het voor een lezer lastig om de tekst te begrijpen. Je moet de tekst dan minimaal twee keer lezen. Want als je eenmaal onderaan hebt gelezen wat de belangrijkste boodschap is, valt de rest ook ineens op zijn plaats. Maar helaas wel pas bij de tweede lezing. Bij lezersgerichte teksten is dat anders. Die komen snel met de belangrijkste boodschap voor de lezer. Ze bestaan uit woorden die aansluiten bij de spreektaal van de lezer. En staat er toch jargon of een afkorting in? Dan krijgt de lezer daar een uitleg van.

Er is een denkomslag nodig om zo’n lezersgerichte tekst te schrijven.

Je moet bij het schrijven steeds de lezer voor ogen houden. Wat wil hij of zij weten? Welke kennis heeft hij of zij al over het onderwerp? Is de lezer vanuit zichzelf geïnteresseerd in het onderwerp of juist niet? Allemaal vragen waarop je het antwoord moet weten, nog voordat je een letter op papier hebt. Je zet jezelf in de schoenen van de lezer door dit soort vragen voor jezelf te beantwoorden. En dat zie je direct terug op papier.

 

Soms weet je: deze discussie ga ik nu niet winnen.

Een tekstschrijver gaat de uitdaging aan.

De jurist met wie ik de discussie voerde, had deze vragen niet in gedachten. Zij dacht vooral aan de rechter. Wat zegt die als ik met zo’n eenvoudige brief kom aanzetten in een bezwaarprocedure? Moet ik dan praten als Brugman om de rechter te overtuigen? Of kan ik volstaan met een simpele verwijzing naar wet- en regelgeving? Vanuit die gedachtegang is het veel logischer om een tekst te schrijven die nauw aansluit op die wet- en regelgeving.

Je wint niet iedere discussie.

Daarom wist ik al vooraf dat ik deze discussie niet ging winnen. Het is bijna onmogelijk om iemand te overtuigen van lezersgericht schrijven in een online vergadering van een uur, waarin er nog meer belangrijke onderwerpen op de agenda staan. We kiezen dus nu voor ‘geslachtsnaam’. Voor mij de uitdaging om de rest van de brief wél lezersgericht te houden. Maar dat is een uitdaging voor een andere dag.

Een tekstschrijver grijpt je bij je lurven.

De volgende dag staat er een museumbezoekje op het programma. We zijn uitgenodigd door dit museum om mee te dingen naar een mooie opdracht. Het schrijven van de teksten die naast de kunstobjecten en archeologische vondsten komen te staan. Een pareltje van een opdracht. Ik ben erop gebrand om deze binnen te halen. Maar dat wordt niet makkelijk.

 

Als tekstschrijver kleed ik hun teksten helemaal uit, totdat alleen nog de kern overblijft.

Daarna kan ik de tekst weer gaan aankleden.

Loo van Eck onderscheidt zich in het schrijven van heldere teksten …

Organisaties met een vakinhoudelijke en ingewikkelde boodschap voor een brede doelgroep zijn bij ons aan het juiste adres. Als tekstschrijver kleed ik hun teksten helemaal uit, totdat alleen nog de kern overblijft. Daarna kan ik de tekst weer gaan aankleden. Maar dit keer met woorden en zinnen die de gemiddelde lezer wél begrijpt. Het komt zelfs regelmatig voor dat de klant zelf pas na de herschrijving ook echt begrijpt wat hij heeft opgeschreven.

… maar dit is een opdracht van een ander kaliber.

Het museum is bezig met een nieuwe tentoonstelling en die moet ‘een magische reis’ worden. En een ‘as if you were there’-beleving oproepen bij de bezoeker. Dat vraagt om een creatieve tekst die je bij de lurven grijpt en je niet meer loslaat. Loo van Eck is daarmee niet de meest logische partij om uit te nodigen voor deze opdracht. Toch kregen we de uitnodiging, dankzij de uitstekende trainingen die mijn collega’s daar hebben gegeven in het verleden.

Een tekstschrijver is van alle markten thuis.

Ondanks dat we dus bekend staan om heldere teksten, schrijven we net zo graag en goed creatieve teksten. Bij beide tekstsoorten is het van groot belang om lezersgericht te denken. De doelgroep die het museum naar de nieuwe tentoonstelling wil halen, ligt mij goed. Het gaat namelijk om mensen die niet zo vaak naar musea gaan. Nou, dat ben ik! Ik kwam deze dag voor het eerst in zeker vijf jaar in een museum.

 

Superduidelijk en magisch tegelijkertijd:

kun je die tekstwensen wel met elkaar rijmen?

De opdracht van het museum bestond uit het schrijven van een aantal proefteksten.

Een introductietekst voor de bezoekers aan het begin van de zaal. Een kort verhaal om de juiste sfeer te schetsen. En een aantal bijschriften bij archeologische objecten. De teksten moesten ‘begrijpelijk Nederlands (B1)’ zijn en tegelijk ‘magisch, verrassend en prikkelend’. Hoe kon ik die eisen bij elkaar brengen?

Een tekstschrijver kent vele tinten B1.

Ook deze klant leek niet precies te weten wat taalniveau B1 concreet betekent voor hun teksten. Er zijn vele tinten B1, maar over het algemeen kun je wel stellen dat het niet magisch is. Ook niet verrassend. En maar heel zelden prikkelend. Het is in veel gevallen een beetje saai. Het is een schrijfstijl die niet bedoeld is om een sfeer neer te zetten. Het voordeel van teksten die aansluiten bij taalniveau B1 is dat ze snel te begrijpen zijn. Dat je met je woorden aansluit bij de beleving van de lezer. En dat is bij teksten in een museum natuurlijk ook heel belangrijk. Dus die aspecten van taalniveau B1 neem ik mee.

De volgende vraag: hoe schrijf je ‘magisch en verrassend’?

Dat kan voor iedereen iets anders betekenen. Volgens mij zit de magie in een klein, opvallend detail. Een detail dat meteen de aandacht trekt. Bijvoorbeeld dat die ene kunstschilder als tiener in de jaren ’60 naar Amsterdam is gelift om zich te vergapen aan het werk van de oude meesters. Het zijn zulke details waardoor kunst tot leven kan komen. Zelfs voor de meest verstokte cultuurbarbaar. In de historische zalen breng je de magie met mooie verhalen. Dus bij die traditionele bruidegomspijp uit 1888 in Zuidoost-Drenthe geen saaie details over de pijp zelf. Maar het verhaal van een schippersjongen die zijn schippersbestaan opgeeft voor zijn bruid.

En hoe ‘prikkel’ je lezers?

Een simpele maar zeer effectieve manier: vragen stellen. Vragen naar een mening. Of naar een waardeoordeel. Of laat ze eens twee landschappen in dezelfde zaal vergelijken. Of laat ze op zoek gaan naar een opvallend detail in een zelfportret. Zo zet je de nietsvermoedende museumbezoeker aan het werk.

Een tekstschrijver raakt de juiste snaar.

Verheugd lopen mijn collega en ik die dag het museum binnen. Eindelijk! Na twee jaar corona mogen we weer. Dat is het gevoel. We kijken onze ogen uit. Het is grappig om te merken dat onze smaken verschillen. Als ik hem enthousiast wijs op een prachtig zelfportret, haalt hij zijn schouders op. Het raakt hem niet.

De teksten die er nu hangen, raken ons ook niet.

Droog en feitelijk worden gebeurtenissen of weetjes opgesomd. We merken hoe belangrijk het is om een lezer in de eerste zin al te boeien. Anders haak je af en wordt je aandacht weer getrokken door de kunstwerken en spullen met historische waarde. Dat is niet zo erg in een museum natuurlijk. Maar het grotere verhaal ontgaat je dan. En het zijn juist de grote verhalen die dit museum wil vertellen.

 

Je moet boeien. Meteen. Met je eerste zin.

 

Natuurlijk is er nog wel de spanning of wij het verhaal mogen schrijven. Het grote woord komt er al snel uit. Ze zijn razend enthousiast over de proefteksten! Ik had precies de juiste snaar geraakt. Yes! Wat een mooie opdracht. Ik kan niet wachten om eraan te beginnen. Het is een lange rit naar huis, maar dat deert niet. Ik zit boordevol inspiratie.

Een tekstschrijver schrijft teksten.

De volgende dag heb ik gelukkig geen afspraken. Gewoon weer mijn échte werk doen: teksten schrijven. Ik stiefel naar zolder en neem daar plaats achter mijn bureau. De zon schijnt fel naar binnen. De fruitbomen in mijn tuin staan in bloei. Heel even sluit ik mijn ogen en geniet van de warmte van de zon. Dan schuif ik één gordijn dicht, zodat ik mijn scherm kan zien. Ik focus me op de knipperende cursor terwijl mijn vingers over het toetsenbord dansen. En achter in mijn hoofd hoor ik heel zachtjes een deuntje. Onbewust neurie ik mee: Rikke-tikke-tik mijn computer en ik …

 




Top
chat